Bővebb ismertető
hoofdstuk i
Nofuture
Zoals iedere zaterdag had Max zijn tochtje naar de Vlooienmarkt van Clignancourt gemaakt. Hij was er te voet naartoe gegaan, via de noordzijde van de Montmartre-heuvel. Na even te hebben geneusd bij het stalletje waar Lea de smerige Nikes had geruild die Perrette haar de vorige week had gegeven, liep hij de grote loods met exotische dump in en begon te graaien in een berg met raritei-ten, toen hij helemaal achter in de ruimte twee kerels in pak ont-waarde die flink tekeer gingen. Hij dacht even dat ze aan het vech-ten waren. Dat moesten ze vooral doen, als ze daar zin in hadden. Op hetzelfde moment zag hij de papegaai, die achterna w^erd geze-ten door de twee kerels.
Nu werd het interessant.
De papegaai verdedigde zieh met vervaarlijke uitvallen van zijn snavel. De kleinste van de twee kerels greep de punt van een van zijn vleugels beet. De papegaai draaide bliksemsnel om zijn as en beet in zijn vinger, tot bloedens toe. Max zag hoe de kleine vent een schreeuw van pijn slaakte. De ander, de grote, verkocht de papegaai woedend een enorme dreun op zijn kop. Max liep hun kant uit. Hij meende te hören hoe de papegaai enigszins versuft krijste: 'Moorde Moorde !' Een van de twee mannen haalde een muil-korf te voorschij n. Een papegaai muilkorven! Max dook erop af.
Op hetzelfde moment deed Perrette in de Rue Ravignan de deur van de garage-kamer open en hield haar adem in, zo penetrant was de smeerolielucht die er hing. Ze schoof de gordijnen van het hemelbed opzij en overhandigde meneer Ruche een brief. De envelop werd verlachtigd door een reusachtige postzegel. Een Bra-