Bővebb ismertető
Hoofdstuk 1
Een vluchtige blik op het overbeladen karretje op de lucht-haven overtuigde Olivia Grant ervan dat ze met al die ba-gage onmogelijk de metro naar Londen kon nemen. De enige oplossing was een taxi; het geld moest ze er die ene keer maar voor overhebben.
Vlak voor haar gleden de glazen schuifdeuren automatisch open. Een fris windje verwelkomde haar zodra ze het gebouw uit kwam. Het was ten slotte pas maart, dacht ze, terwijl ze naar de taxistandplaats liep. De zwarte voertui-gen die daar op klanten stonden te wachten, hadden iets plechtstatigs. De gele taxi's thuis, in New York, waren daarbij vergeleken supersnelle sportwagentjes. Anders wel een fascinerend gezicht! In elke film over Londen die ze tot dusver had gezien, was wel een Londense taxi voorgeko-men. Eigenlijk zagen ze er veel te deftig uit om zo te worden genoemd. Voor het eerst voelde ze tot in haar tenen dat ze in een vreemd land, in een vreemd werelddeel was aangekomen.
Een opgewekte taxichauffeur, aan wiens accent duide-lijk was te hören dat zijn wieg in het hartje van Londen had gestaan, nam haar bagage van haar over. Alleen haar draagbare Computer hield ze bij zieh. Met een zucht liet ze zieh op de achterbank vallen.
Hoewel het nog vrij kil was, scheen de zon zo fei, dat ze haar ogen met haar hand moest afschermen toen ze nieuwsgierig door het raampje keek. Dit was dus Engeland, deze groene lappendeken van waanzinnig kleine stukje weilanden met nog kale bomen. Het Engeland van Nick, waarover hij met zo veel trots en zo veel heimwee